Biografie

IMG_20211204_201105_3

Ik zag op 22 april 1985 het levenslicht onder de rook van de Hoogovens in Beverwijk. Ik groeide op bij werkende ouders. Als kind vond ik de automatische gedragingen van volwassenen fascinerend, maar vooral heel vreemd. Ik bleef mezelf de vraag stellen; waarom doen mensen dit? Waarom richten mensen hun leven in rondom werk dat ze eigenlijk niet zo leuk vinden om te doen? Waarom zijn mensen altijd zo druk? Waarom lopen ze zo hard en belangrijker nog; waar lopen ze naartoe? Ik voelde me een buitenaards wezen, niet geaard en ik had ook zeker niet de intentie om te landen op aarde, waar iedereen zo druk doet.

Spijbelen voor Lowlands

 Wonder boven wonder leverde die houding nauwelijks problemen op. Ik was een makkelijke leerling op het atheneum. Ik doorzag het systeem, waardoor ik wist welke antwoorden wenselijk waren. Wenselijk, niet per definitie waar. Ik leerde dus makkelijk, maar ik spijbelde net zo makkelijk. Een middag nablijven in ruil voor een goede plek op Lowlands was gewoon onderdeel van de kosten-batenanalyse. En dan komt onvermijdelijk de vraag: “Wat wil je gaan studeren?” Ja jeetje, weet ik veel. Ik vond muziek leuk, dus doe maar Conservatorium. Op de gitaar ben ik autodidact. Ik lees nog steeds geen noot. En voor de cello heb ik pas op mijn zeventiende de moed gevonden om het dogma: “De cello is zo’n moeilijk instrument, daar moet je mee beginnen als je vijf bent, anders leer je het nooit” te doorbreken. Conservatorium? Geen kans. Ik vond geschiedenis wel leuk, maar de boeken saai, dus doe dan maar archeologie. Dan kan ik iets met mijn handen doen. Ik zag mezelf al door piramides dwalen, achtervolgd door vloekende farao’s en een cowboyhoed op m’n hoofd. Mijn rijke fantasie liet me ook toen niet in de steek. Totdat ik in Leiden van een koude kermis thuis kwam. Data-analyses, categoriseren, Ground Penetrating Radar (hoera, we hoeven niet meer te graven, alles wat daar ligt begraven hebben we nu digitaal!). Het ontmoedigingsbeleid van de universiteit hielp ook niet mee. Ik kon maar beter iets nuttigs gaan doen. Geld verdienen.

De lease-auto trok me over de streep!

Ik ging Personeelsmanagement studeren, want dan kon ik tenminste met mensen werken en ik vind mensen leuk, dus die keuze was zo klaar als een klontje. Tijdens mijn studie ging ik bij een charmant uitgeverijtje (een kosmische hint?) van kinderboeken werken, in hartje Alkmaar. Nog altijd denk ik met weemoed terug aan die leuke tijd, met lieve collega’s, de sympathieke boekjes en de prachtige plek, drie passen verwijderd van het Waagplein, waar we vaak te vinden waren op een zonnige middag. Maar ik studeerde Personeelsmanagement, dus toen ik een baan in P&O kon krijgen nam ik die aan. Ik denk dat het de leaseauto was die me over de streep trok. Om daar, bij dat grote bedrijf, een vertegenwoordiger van drukpersen (weer een kosmische hint?) tot de ontdekking te komen wat een mens waard is in een reorganisatie. Weer stelde ik mezelf die kinderlijke vraag: waarom doen we dit? Waarom maken we de mens ondergeschikt aan financiële winst? 

Liefdevolle zorg of criminaliteit?

Ik ben van mijn hobby mijn werk gaan maken door als instructrice op een manege te gaan werken (ergens in de tussentijd had ik ook nog mijn instructeurdiploma gehaald), om daar tot de ontdekking te komen wat een dier waard is in een commerciële onderneming. Waarom doen we dit? Waarom maken we een dier onderschikt aan financiële winst? Ik wilde dieren helpen, niet uitbuiten, dus ging ik de studie Paraveterinair dierenartsassistent doen in Barneveld. Eenmaal werkzaam in een dierenkliniek kreeg ik kijkje achter de verduisterende schermen van de farmaceutische industrie. Ik ben getuige geweest van criminele activiteiten, die lachend worden weggepoetst achter het begrip “liefdevolle zorg”. Waarom, serieus, wáárom vinden we dit normaal? Het universum hielp me uit de bodemloze put waarin ik was beland, de wereld van de werkende mens, die afstand moet doen van haar kinderlijke waarden. Het charmante uitgeverijtje van kinderboeken dook zomaar op, met de vraag of ik terug wilde komen. Mijn verstand heeft niet eens de kans gekregen zich in die keuze te mengen. Mijn hart zei gelijk “JA”.

Mama!

Ik liet me meevoeren op een stroom van positieve energie en niet veel later werd, op mijn verjaardag nota bene, mijn zoon Jurre geboren. Toen was ik plots werkende moeder en daar komt een grote verantwoordelijkheid bij kijken. Het universum trok aan de noodrem. Hyperventilatie schakelde alles uit. Terwijl ik op de eerste hulp lag te luisteren naar het gewauwel van een neuroloog, onthulde zich plotseling een andere werkelijkheid. De werkelijkheid die ik waarnam als kind. Lieve hemel, waarom rennen we allemaal zo hard? En belangrijker nog: waar rennen we naartoe? Alsof er een luik opende in mijn bewustzijn stroomden de inzichten binnen, kwamen er magische boeken en magische mensen op mijn pad. Onthulden mijn verleden en de mensen die zich daarin schuilhielden zich aan me en vielen steeds meer puzzelstukjes op hun plek.

Drie jaar later werd ik zwanger van mijn dochter Annemarijn en toen stopte de uitgeverij ermee. Een WW-uitkering aanvragen, jeetje, wat een drempel was dat voor mij. Afhankelijk worden van de staat. Alle alarmbellen gingen af. Ik wil niet afhankelijk zijn van de staat. Sterker nog, ik wil helemaal niet afhankelijk zijn! Ik heb geen uitkering aangevraagd, ik stopte met werken en werd fulltime mama.

Stairway to Heaven

Of het nu de rust die over me heen kwam, of de puurheid van mijn baby was, mijn geest stond open voor de personages uit De illusie-industrie. Ze begonnen dialogen te voeren in mijn hoofd, de woorden bleven terugkomen, totdat ik ze opschreef. Toen ik een heel schriftje had volgekladderd, besloot ik eindelijk gehoor te geven aan mijn kinderlijke verlangen. Schrijven. De werktitel van het verhaal was ‘Stairway to heaven’. Het was mijn uitvlucht uit de realiteit. Elke keer als ik schreef beklom ik die ladder en ontdekte ik zaken die zich in de schaduw van mijn ongefocust-zijn hadden opgehouden. Het proces van de personages weerspiegelt mijn eigen proces. De waarheid onthult zich stukje bij beetje. Steeds meer durf je te vertrouwen op je innerlijke wijsheid, je komt erachter dat die je nooit de verkeerde kant op leidt, in tegenstelling tot het verstand, dat eindeloos in cirkels rond kan gaan en de meest ingewikkelde labyrinten voor ons bouwt. Door te schrijven, kon ik focussen en door te focussen ontdekte ik langzaam maar zeker dat ik geen slachtoffer van de omstandigheden was. In tegendeel. Ik legde de link tussen mijn denken en de dingen die zich om mij heen voltrokken. Wat een openbaring! Ergens kwam corona voor mijn verhaal best opportuun… Alsof alles waar ik over schreef, samenkomt op dit moment in tijd en ruimte. Ik ging steeds meer synchroniciteit ervaren. De komst van COVID19 was het moment waarop ‘Stairway to heaven’ veranderde in ‘De illusie-industrie’.

Verdeeldheid is een illusie

Ergens in het schrijfproces meldde zich een personage in een andere taal. Het was een rare gewaarwording. Ik verstond geen woord, maar voor dit ongewortelde wezen voelde het als thuis. Toen herkende ik het. Joegoslavië. Een mysterieus lijntje heeft mij altijd verbonden met dat stukje aarde. Ik begon te schrijven. Over het heldere water van de Adriatische zee, de pijnbomen die ruiken als thuis, de kiezels op de stranden en de rotsen die warm zijn van de zon. Maar toen deed de polarisatie zijn intrede. Die zuivere Kroatische kusten zijn inmiddels ook “etnisch zuiver”. Wat dat ook moge betekenen. Etnische zuiveringen. Als kind van zes jaar, nauwelijks kleuter-af, herkende ik de programmering die die woorden zijn. Toen ik aan mijn moeder vroeg wat “etnisch” betekent, kraakte mijn brein om de woorden “etnisch” en “zuiver” met elkaar te verbinden. De mensheid is toch één volk? En als een andere huidskleur, of vorm van de ogen, suggereert dat er toch meerdere volken op aarde rondlopen, dan nog zijn de Kroaten, Serven en Bosniërs één volk. Het enige dat hen scheidt, is religie. Als klein meisje herkende ik de kracht van polarisatie als instrument. Verdeel-en-heers. Een eeuwenoud trucje, steeds in een nieuw jasje. De handtekening van de illusie-industrie. Verdeeldheid is immers een illusie. Joegoslavië hoorde bij dit verhaal. Het is, naast corona en nu Oekraïne, voor mijn generatie de belangrijkste aanwijzing dat de “waarheid” soms wringt. Ik heb voor dit verhaal ex-Joegoslaven geïnterviewd. Op een magische manier, kan ik wel zeggen, kwam Dragomir op mijn pad. “Een Serviër die kwaad is op de wereld”, werd mij verteld. Na het horen van zijn verhaal, is die woede begrijpelijk. Toch transformeerde de energie van die woede in een liefdevolle energie die bergen kan verzetten. En nu staan we zij aan zij. Wat begon als een idee voor een verhaal, manifesteerde zich niet alleen op papier, maar ook in mijn werkelijkheid. Ik ben uit mijn cirkel gestapt. Heb mijn huis, mijn relatie, mijn veiligheid en zekerheid opgegeven. Mezelf in de chaos gestort, want orde verstopte mijn zintuigen. Maakte me lui en onaandachtig. Nu kan ik mijn talenten aanwenden en muziek mijn woorden laten begeleiden. Nu daagt het leven me uit de beste versie van mezelf te zijn en tref ik onvoorwaardelijke liefde op mijn pad. En dat wens ik iedereen toe. Daarom ben ik naast het schrijven de prachtige opleiding “Coachen met paarden” gaan doen. Samen met mijn paard Saffier nodig ik uit de illusie te doorzien en een glimp op te vangen van onze mogelijkheden als menselijk wezen.

Want die kleine, onbeduidende mens, onderhevig aan evolutie, die een priester nodig heeft om te communiceren met God, een wetenschapper die hem de weg wijst en een regering die voor hem zorgt. Het is allemaal illusie. Ik zie in ieder mens een groots wezen, een wezen dat een onmisbare rol speelt in onze gedeelde werkelijkheid. Waarom niet ieder moment de beste versie van onszelf zijn? Aquarius staat voor de deur. Het is tijd. Onze tijd.

Al mijn licht en liefde 
Melanie