Zielenroerselen

 
Mladenovo, 10 augustus 2022

Lieve lezer,

 

Nu de vlaggen ondersteboven hangen, als wapperende Satanskruisen, wordt het verzet zichtbaar. Nederland is boos. Het broeit. We verzetten ons tegen de staat, die de handen bijt die voeden. “Onze” boeren halen het wereldnieuws. Toch is de boerenopstand niets nieuws. Boerenopstanden zijn van alle tijden, we danken er de Dag van de Arbeid aan, op 1 mei, die Nederland als één van de weinig Europese landen niet viert. We zijn nog te verknocht aan onze vaste baan met zijn stabiele inkomen. Maar een pandemie die alle wetten van de logica tart, was als het kraaien van een eenzame haan in de verte. Wekte ons zachtjes uit een diepe slaap. Een stikstofcrisis en een oorlog die onze eerste levensbehoeften in direct gevaar brengen zijn alarmbellen. We kunnen het niet meer negeren, onze toekomst staat op het spel. Een realiteit die we ons in het vrije, democratische en tolerante Nederland nooit hebben kunnen voorstellen.

De aard van de vlag

Die rijen van wapperende vlaggen voeren mij terug naar dertig jaar geleden. Joegoslavië om precies te zijn. Waar eerst de Joegoslavische vlag wapperde, met zijn rode ster in het midden, wapperden na Tito’s dood de Kroatische, Servische, Bosnische, Sloveense, Macedonische en Montenegrijnse vlag. De vlag van Kosovo heeft zich hier op dubieuze wijze bij geschaard. Ik heb van kinds af aan een afkeer van vlaggen. Een kleurencombinatie waarmee we ons identificeren, bepaald door niets meer dan de plek waar we zijn geboren. Die identificatie betekent ook onze afscheiding van de ander. Onze vlag, het wapperende bewijs van de grenzen waarbinnen wij het levenslicht zagen, vertelt ons dat we anders zijn dan onze buren. Zoals het verfrissende werk “Het begin van alles” van David Graeber en David Wengrow aantoont, is dit niet het geval. We zijn niet anders dan onze buren, we zijn één volk dat zich in de loop der tijd heeft laten opsplitsen in talloze volken die zich, net als de Joegoslaven, identificeren met de kleurencombinatie van “hun” vlag.

Stalins mini-me

Vanonder de oude kersenboom in een afgelegen dorpje in Servië, waar ‘De illusie-industrie’ zijn laatste hoofdstuk vond, wil ik je vanuit het diepst van mijn hart meenemen naar voormalig Joegoslavië, dat geen grauw communistisch land was waarin de burger gedoemd was zich het snot voor de ogen te werken, maar een bloeiend, socialistisch land, waarin iedereen verzekerd was van inkomen en van veel meer vrije tijd dan wij ons kunnen voorstellen. Voor ‘De illusie-industrie’ heb ik het genoegen gehad ex-Joegoslaven te mogen interviewen en de heimwee die ze ervaren naar de tijd onder Tito is opmerkelijk. Hebben wij niet op school geleerd dat Tito een communistische dictator was? Een soort mini-me van Stalin? Hun heimwee vertelt een ander verhaal. Wie geloven we hier? Ons onder-wijs, of de verhalen? Welke van de twee heeft meer recht op de waarheid?

Vlaggen maken blind

Laat me je getuige maken van mijn zielenroerselen over dit onderwerp, want ze voelen nogal noodzakelijk op dit specifieke punt in ruimte en tijd. Het is een feit dat dat bloeiende Joegoslavië na Tito’s dood uiteen viel. We kunnen de mensonterende gebeurtenissen die volgden tot het einde der tijden aanhalen en ons slachtofferschap bevestigen, maar we kunnen ze ook omzetten in bewustzijn. Zie wat er gebeurt als we blindelings achter onze vlag aanlopen. Kroaten, Serven en moslims namen de door het westen beschikbaar gestelde wapens op om vol overtuiging hun buurman dood te schieten. Kunnen we ons in Nederland niet voorstellen, het moet aan de aard van de Balkanen hebben gelegen. Maar daarentegen….we konden ons de misdaden die onze regering nu begaat ook niet voorstellen, of wel soms? Waren de Balkanoorlogen het gevolg van de destructieve aard van de Balkanen of werden de Balkanen blootgesteld aan een destructief mechanisme? Een mechanisme waar wij nu pas kennis mee maken?

Een korreltje zand in een schatkist vol goud

De Balkanoorlogen blijken angstig actueel. Maar we hoeven echt niet nog een rondje chaos en vernietiging te doen. In “Het begin van alles” schrijven Wengrow en Graeber dat archeologisch en antropologisch onderzoek aantoont dat wij als mensheid altijd hebben geëxperimenteerd met verschillende bestuursvormen. We hebben nooit zo vastgezeten in het beklemmende model waarin we nu zitten. We hebben ons niet altijd het snot voor de ogen gewerkt en alles wat we doen omgezet in geld. De inflatie toont de werkelijke waarde van geld. In mijn ziel roert zich het idee dat we als mensheid volgens nieuwe waarden kunnen gaan leven. Waarden waarbij geld verbleekt tot een zandkorreltje in een schatkist vol goud. Ik vraag je lieve lezer, die waarden in jezelf te onderzoeken. Wat maakt ons mens? Wat zijn we hier komen doen? En hoe zetten we, in deze tijd van ontwrichting, lood om in goud? Alles begint met een idee, je kunnen voorstellen dat het mogelijk is. Op dit oeroude stuk aarde, het kruispunt tussen oost en west, noord en zuid, waar vernietiging al millennia transformeert in creatie, elke keer opnieuw. Een plek waar mensen, ondanks de rol van slechterik, die hen tegen wil en dank is toegewezen, hun rug rechthouden. Weigeren zich over te geven aan slachtofferschap. Een plek waar de deur nog altijd wijd open staat voor andere culturen en religies, want hier weet men inmiddels: we zijn allen één. Op deze plek voel ik mijn wortels aarden en mijn gedachten uitgroeien tot hemelse hoogten. Op deze plek kan ik me de samenleving voorstellen die we kunnen zijn. Een samenleving van mensen, door mensen en voor mensen. Waarin het talent van het individu het grote geheel dient. Waarin onze tijd niet wordt omgezet in geld, maar in waardevolle momenten met elkaar. Zodat wij allen kunnen groeien tot hemelse hoogten.

 

Het is geen toeval dat de omgekeerde Nederlandse vlag de vlag van voormalig Joegoslavië is…
Berg die vlaggen maar op. We hebben ze niet meer nodig. We zijn één.

 

~Al mijn licht en liefde~

Melanie